Als eerste criteria behandel ik het taalgebruik.
In het boek Niemand in de stad zijn de dialogen zo geschreven dat
ze realistisch en allerdaags overkomen. Echter zijn hierop wel een aantal uitzonderingen.
Zo doet Jacob, één van Philip's vrienden, vaak intelligente, bijna filosofische uitspraken en ook refereert hij naar bijvoorbeeld teksten of titels van liedjes.
"Maar wij zijn schapen, Bhikkhu, allemaal. Weerloze dieren, zonder herder. En we hebben geen huizen of holen of herders of zelfs maar wat stekels ter bescherming. Wij hebben enkel de herfst van onze jeugd. Onze studie is de omrastering die mensen buiten houdt. Straks staan we weer open voor het ongeluk. Voor de haviken die boven ons zweven en de wolken die nu al buiten de afrastering rondsluipen. Maar deze tijd, Bhikkhu, hier, op het Weeshuis, is onze tijd in de Hof van Eden''.
'' 'Her voice is full of money,' zegt hij. 'The jingle of it. The golden girl''.
Maar ook wordt er soms vrij hevig gescholden in het boek. Dit valt wel gelijk op tijdens het lezen, maar anderzijds is het volkomen begrijpelijk aangezien het boek gaat over jongeren. En jongeren schelden natuurlijk zo nu en dan...
''En Neele begint op 'm in te trappen: ''Jij vieze, vuile pisnicht,'' zegt-ie. ''Jij kankerhomo.''
''Jij bent zeker de enige die haar als een hoer mag behandelen, of niet? Teringlijer! Zieke, vuile teringlijer! Kankervriend! Ik ken niemand die zo achter zijn pik loopt als jij! Hond!''
Als tweede criteria behandel ik de opbouw/structuur.
Het boek verloopt bijna helemaal chronologisch, maar maakt enorm veel tijdsprongen doordat Philip alleen verteld over boeiende dagen of gebeurtenissen. Zo kan het dus zijn dat je 10 bladzijden leest over 2 dagen, maar ook kan het zo zijn dat je aan het eind van een stuk ineens 2 weken verder in het verhaal bent. Ook wordt er gebruik gemaakt van terugverwijzingen. Vaak gaat dit over de relatie tussen Philip en Elizabeth (bijvoorbeeld hoe ze hebben ontmoet, vakanties) of herinneringen die Philip heeft over zijn vader.
''Als ik maandagochtend na een lang weekend werken wakker word, ben ik misselijk, en niet zo'n beetje ook''.
''Ik sluit mijn ogen en denk aan Elisabeth in het zwembad op de Zandvoorterweg. De blauwe tegels, de duikplank, de teakhouten meubelen. Haar witte lichaam in een blauw-wit gestreepte bikini. Haar heupen. Het was zomer en het water was warm. Elisabeths' ouders waren in Jordanië of Nieuw-Zeeland of Canada en het was de eerste keer dat wij samen op het huis pasten''.
''Ik herinner me nog goed hoe mijn vader eruitzag de laatste keer dat ik bij hem was. Ik was zestien, het was zomervakantie, (Elisabeth en ik hadden drie of vier maanden verkering), en ik was bij hem op bezoek in Finland, het land waar hij acht jaar eerder naartoe was verhuisd. Ik had hem met Kerstmis voor het laatst gesproken''.
Goed gedaan, Damiën. Let erop dat criteria meervoud is. Het enkelvoud is criterium.
BeantwoordenVerwijderen