maandag 22 september 2014

opdracht 2

Perspectief:
Het boek Boy van Wytske Versteeg heeft een ik perspectief, het hele boek kijk je door de ogen van de moeder van Boy( het plots verdwenen kindje na een klassenuitje). Je beleefd alles vanuit de moeder, die overigens niet de biologische moeder is. Je gaat mee naar haar werk, je leeft mee met het verhoor, eigenlijk alles wat zei mee maakt maak jij ook mee. Je weet ook niet meer dan de moeder weet, hierdoor blijft er spanning in het boek.
"Ik liep ook door de duinen, alleen. Dat was nog veel erger. Ik wist niet waar ik moest zoeken, of wanneer precies. Ik wilde niets vinden, dat wist ik wil. Niet zijn lichaam, zo bleek dat ik er niets meer aan zou kunnen doen, dat ik hem geen gedroogde abrikozen meer zou kunnen geven en geen biefstuk, geen appel meer voor hem zou kunnen schillen voor de vitamine C, dat ik dat allemaal niet zou kunnen doen omdat hij zijn mond nooit meer zou openen." (Boy, Versteeg, W. bladzijde 11)
Thema,
Het thema van het boek is naar mijn mening verdwijning van een kind en het opsporen daarvan. Het hele boek gaat over de verdwijning van het kindje Boy. Je leeft met de moeder mee hoe ze uit aan het zoeken is wat er is gebeurd want ze gelooft het verhaal van de politie niet. Ze gaat dus zelf op onderzoek uit en uiteindelijk beland ze in Bulgarije bij een oude docent van haar dochtertje. De moeder is dus het hele boek uit op het oplossen van de verdwijning van haar dochter.
"Vastbesloten om degene te vinden die verantwoordelijk is voor Boys dood, volgt ze het spoor naar dramadocente Hannah, die de klas die dag begeleide." (Boy, Versteeg, W. samenvatting op achterkant)

Dennis Peet

1 opmerking:

  1. Dennis, goed uitgelegd. Op het einde heb je het opeens over een dochter.????
    Let op je spelling: zei/zij, d's en t's bij de werkwoorden.

    BeantwoordenVerwijderen