maandag 22 september 2014

Opdracht 2

Perspectief

In het boek De Straat beleef je het verhaal door de ogen van een buitenstaander, die van bovenaf de Straat bekijkt. Er wordt verteld over anderen in de derde persoon, dit is een personaal perspectief. De verteller weet de geschiedenis en situatie van elk personage en heeft toegang tot alle gedachten en gevoelens, hij of zij is dus alwetend.

"De Straat was hun wereld, die alles beheerste, waar alles zich afspeelde. Over de Straat laaiden van achter de gesloten vensters de gedachten, die geen daden ooit werden, uit stille ogen en zwijgende monden."

"'Wás het zo vreemd? Neen, het was eerder vreemd er niet aan te denken.' Het éven opdoemende zelfinzicht was meteen verdwenen onder het gretig zelfbedrog"

Thema

Het thema in het boek is het onderscheid tussen sociale klassen. Dat wordt duidelijk zodra de kermis wordt opgezet. De mensen die in de Straat leven, wonen in herenhuizen, hebben geld en zijn enorm netjes. Wanneer de zigeuners het stadje binnenkomen om de kermis op te zetten, kijkt iedereen neer op dit vreemde, ordinaire volk. Ook de mensen die naar de kermis gaan, deugen niet helemaal. Ze moeten er niets van hebben.

"En hun luidruchtigheid, hun brutaalheid, hun uiterlijk van onverschillige vagebonden. sloeg als een kreet in de rust der straat."

"Hij wist best wat hij riskeerde: de verontwaardiging, de luide ergernis om wat er aan dronkenschap en ontucht zich heette baan te breken op zulke avonden."

"Hun lome handen namen de kopjes op, hun monden proefden het gebak. De kermis - dat was iets, dat hun niet aanging, dat was voor 't volk."

1 opmerking: