zondag 21 september 2014

opdracht 2

Op Zee wordt vertelt door een ik-perspectief, hierdoor leer je de vader (degene waardoor je kijkt) heel goed kennen en maakt dat hem een round charactar, daardoor krijg je veel te weten over hem en zijn dochter.

"Ik schreeuw om hulp, al is er niemand die het hoort. ik schreeuw om mezelf te horen; het is mezelf tegen de zee. het is mezelf tegen mezelf, en tegen al het andere."

het thema van het boek is angst omdat het heel vaak voorkomt bijvoorbeeld als het nood weer toeslaat en het misgaat in de boot omdat de ik-figuur gaat kijken of zijn dochter nog lekker ligt te slapen en merkt dat ze niet in het vooronder ligt.

"de boot beweegt. hij rolt van links naar rechts. ik wil Maria even aanraken, om haar gerust te stellen. ik voel met mijn rechterhand onder de dekens in het donkere vooronder, maar ik voel niks. dat is raar. omdat de boot beweegt, moet ik me schrap zetten. ik zweet. ik probeer het nog een keer. ik maai met mijn arm onder de dekens, ik trek de dekens uit het vooronder, ik klim op het matras. er is niks. Maria is verdwenen."

1 opmerking:

  1. Mitchell, angst voelt de hoofdpersoon zeker. Ook is hij verward. Ik denk dat het boek ook gaat over het zoeken en (onbewust) overschrijden van je eigen grenzen.

    BeantwoordenVerwijderen